blog
Nieuws #100
17/05/2016

Bermuda is er! Daarover het volgende.

1. Je koopt Bermuda bijvoorbeeld hier, of hier.

2. Je kunt ook een voorpublicatie lezen, namelijk hier

3. Ik heb al mijn referenties, thema's en inspiratiebronnen verzameld op de pagina basjeboer.nl/bermuda. Met plaatjes! En video's!

4. Ik vertelde over Bermuda, en andere dingen, bij radioprogramma Nooit meer slapen, in de rubriek Open kaart. Luister het gesprek hier terug.

5. De auteursfoto op de achterflap is van Nick Helderman

 



Nieuws #99
22/04/2016

Op 24 mei verschijnt mijn roman, Bermuda. Bij Nijgh & Van Ditmar. Je bestelt het bijvoorbeeld bij Bol.com, of bij Scheltema.

Meis weet niet hoe ze moet leven. Wanneer ze haar beste vriendin kwijtraakt, verliest ze alle houvast. Ze slentert over straat en vlucht voor het donker, bang voor alles om zich heen. Filmscènes vlechten zich door haar dagen en maken de werkelijkheid tot een droom. Wanneer Meis’ bestaan zo klein is geworden dat ze er nauwelijks nog in past, laat ze alles achter en vertrekt. Haar intuïtieve zoektocht naar zichzelf leidt van het Amsterdamse Bos en Lommer tot aan een woonboot in de gracht. Terwijl ze nieuwe identiteiten uitprobeert, wordt Meis ook door de mensen om haar heen in verschillende rollen gedwongen. Maar wie is ze nu echt?

Bermuda is een beklemmende, poëtische coming of age-roman, een mystiek relaas waarin de fictie het meermaals lijkt te winnen van de werkelijkheid.



Nieuws #98
15/04/2016

Mijn verhaal Darling, this place is a lover's oasis staat in literair tijdschrift De Gids, plus mijn antwoorden op een aantal Grote Vragen, in de vorm van een interview met mijzelf. Hieronder het bewijs. De illustratie is van Ruth van Beek.

 



Nieuws #97
05/04/2016

1.
I wrote a piece on religion and the film Free in Deed, for We Are Public. You can read it in Dutch, or in English

2.
Ik leverde een bijdrag aan de essaybundel Vrouwen schijven niet met hun tieten. Het boek, dat werd samengesteld door Wiegertje Postma en met bijdragen van o.a. Niña Weijers, Hanna Bervoets, Simone van Saarloos en Clarice Gargard, komt deze maand uit bij Atlas Contact. Dat moet gevierd worden, en dat gebeurt ook, op deze avond (die inmiddels hartstikke uitverkocht is). Zelf denk ik overigens dat vrouwen wel degelijk "met hun tieten" schrijven, maar dat is weer een heel ander verhaal.

3.
Ik leverde óók een bijdrage aan de bundel Handboek voor een optimistisch leven, waarin het beste van het online cultureel tijdschrift De Optimist is verzameld. Ook dit boek verschijnt bij Atlas Contact, in augustus.

4.
On Instagram I collect images from films: pictures from books, film stills, screenshots and pictures I took myself. Follow me

 



Nieuws #96
26/02/2016

Aanstaande zondag worden de Oscars uitgereikt! Voor We Are Public schreef ik over een paar van de films die kans maken op een beeldje.

The Revenant komt op zondag 28 februari als winnaar uit de bus. De film wint de Oscar voor beste acteur, beste regie, beste film, en zo nog een paar. Waarom? Omdat The Revenantgelijke delen popcornfilm en arthousefilm is, overgoten met de bravoure waar ze bij de Academy van houden. Een terechte winnaar? Nee. Zoals Inside Out zijn publiek serieus neemt, zo neemt The Revenant zijn publiek in de zeik. Lees hier verder

Op de valreep Oscar-films kijken? Hieronder mijn tips.

Deze zaterdag is er een Inside Out-feest in Kriterion
Deze zondag worden de genomineerde korte films vertoond in de Balie
Deze zondag is er in Cinecenter een voorpremière van Room
Dit weekend is ook Het Pathé Oscar Weekend
Anomalisa is nu overal te zien



Bericht #37
29/01/2016


from David Boring, by Daniel Clowes


Confessions of a narcissist

Francesca Woodman has wound a plastic strip around her legs. The image is reminiscent of a ribbon twisting down a maypole. It looks painful. It looks as though this girl meant to hurt herself, to slice the skin off her legs. At the same time, the image reminds me of a child’s game. A game played out of boredom perhaps, or out of curiosity; the result of a simple question, proposed in all honesty: What would my legs look like if they’d have a plastic strip twisted around them? Looking at the picture, you can imagine that Woodman was actually interested in the outcome. The picture she took of her legs is therefore not only esthetically beautiful, but also necessary: it’s the end result of a specific research. Francesca Woodman wanted to view her body in a new and different manner. Ah, she would’ve said to herself after developing her photograph. My body can look like this too.

At fifteen, I owned a small snapshot camera. I fixed my gaze on my rapidly multiplying group of friends, desperate to get a grip on my teenage existence that was changing ever so fast into a grownup’s. But I would also turn this camera around, capturing myself in various situations and get-ups; trying out different persona’s. Brushing my teeth, my face clean of make-up and my hair up. Sitting on my bedroom floor singing, my mouth wide open and ugly. Meaningfully eying the lens of the camera with dark make-up theatrically piled up on my face and flowers in my hair. It was my way of examining all the me’s that I could be, and how those me’s related to everyone else.

Francesca Woodman, whose photographs are currently on display in Foam, was nineteen when she started photographing obsessively. After she did this for three or four years, using herself as a model and subject, she committed suicide, at twenty-two. I’m wondering: is it possible to discuss Woodman without mentioning her suicide? It seems unfair: her lively, playful work now covered with a layer of sadness, insanity, female hysteria. There is a darkness to Woodman’s photography, yes. But there’s also an undeniable lightness. In her photographs, she proves herself brazen, curious, funny and full of life. In a playful, childlike manner, she’s examining herself and all that she can be. Yes, it’s necessary to speak of Woodman’s suicide when discussing her photography. If only as part of a paradox: this very lively young woman chose death. And there are more contradictions. In her pictures, Woodman hides and exposes herself. She makes herself center of the universe and, at the same time, denies that she is worth anything. This is narcissism: utter self-involvement that leads to utter self-scrutiny that leads to utter self-loathing.

It took me a while, but I grew tired of taking self-portraits, just as social media and selfies emerged to become the symbol of our times. First, I grew hostile towards my own self-portraits, turning them into collages by cutting or extorting them, as though to wipe out my own identity; fooling everyone but myself into thinking these weren’t self-portraits at all. Then, I quit taking pictures of myself altogether, feeling ashamed that I ever indulged in such narcissist behavior. Now, in the golden age of narcissism, I distance myself from a time when I needed my own reflection to make sense of where I stood; deeming these photographs remnants of my youth, instead of treating them as the results of an honest and very necessary research. 


I wrote this piece for an evening on narcissism in SPUI25.



Nieuws #95
22/01/2016

Gisteravond presenteerde beeldend kunstenaar Marleen Sleeuwits haar boek On the Soft Edge of Space., uitgegeven door Onomatopee. Mijn gedicht The Passive Room, dat ik in opdracht van Sleeuwits schreef, opent het boek, waarin haar foto's, die gaan over ruimte en schaal, worden gepresenteerd in, opnieuw, een artificiële ruimte.

On the Soft Edge of Space is nu te koop, bijvoorbeeld hier.
Hieronder een fragment uit het gedicht. 


Around the corner is another corner.
(Maybe I have a thought.) But what’s behind the curtains?
(Maybe my thoughts repeat themselves.) There are few certainties.

This I know: If there is a window, there must be a view. (There are no windows. There are pictures of windows.)

This room is passive, it’s inert. The non-specific is obscene.
(Maybe I start looking for smudges and holes; for small imperfections.) I long for traces of humanity.

I follow the lines, the straight lines. Follow them straight up to the ceiling.
Everything’s endlessly the same.
(Maybe it’s me that’s different. Around the corner is another me.)

 



Nieuws #94
14/01/2016

Je kunt me de komende weken tijdens drie gelegenheden horen spreken.

Vanuit mijn functie als filmredacteur en hoofd programma bij We Are Public initieerde ik een avond rondom fotografe Francesca Woodman en de nieuwe documentaire A Strange Love Affair with Ego. Ik hou een korte inleiding en ga na de film in gesprek met filmmaker Ester Gould en Kim Knoppers, curator bij Foam.
Naar aanleiding hiervan schreef ik ook een kort essay voor We Are Public.
Zondag 17 februari | 19.15 | De Balie | Lees meer

Ik schreef een prozagedicht voor On the Soft Edge of Space, een boek van kunstenaar Marleen Sleeuwits. Ik zal het Engelstalige gedicht voordragen tijdens de boekpresentatie in Galerie LhGWR, te Den Haag.
Donderdag 21 januari | 19.30 | Galerie LhGWR | Lees meer

Ik lever een bijdrage aan een avond rond narcisme in SPUI25. Het hele programma is in het Engels.
Dinsdag 26 januari | 17.00 | SPUI25 | Lees meer



Bericht #36
24/12/2015

Jaarlijstje 2015:
Mijn top 10 en vijf losse gedachten over het afgelopen filmjaar
 

1. 45 Years (Andrew Haigh)
Subtiel meesterwerk dat zijn onderwerp ontstijgt.

2. A Strange Love Affair with Ego (Ester Gould)
Een persoonlijk verhaal in een indrukwekkende vorm waarbij je samen met de filmmaker naar haar onderwerp zoekt.

3. Amour fou (Jessica Hausner)
Een aanklacht tegen holle romantiek en toch zo mooi en zoet als een petit four.

4. Son of Saul (László Nemes)
Laat het gezicht van het kwaad zien en brengt tegelijkertijd een hommage aan menselijkheid.

5. Black Coal (Yi’nan Diao)
Een Chinese neo-noir vol maatschappijkritiek, absurde vondsten en visuele poëzie.

6. Frank (Lenny Abrahamson)
Fris, grappig, speels en hartverscheurend, vol zinnige uitspraken over het kunstenaarschap.

7. Amy (Asif Kapadia)
Een extreem emotionele, maar ook wringende en ongemakkelijke documentaire.

8. Turist (Ruben Östlund)
Mooie allegorie fileert de moderne mens op hilarische wijze.

9. Inherent Vice (Paul Thomas Anderson)
Een film die me in eerste instantie koud liet maar me uiteindelijk toch niet loslaat, precies zoals Andersons The Master.

10. P'tit Quinquin (Bruno Dumont)
Mijn joker is dit jaar Bruno Dumonts P’tit Quinquin: een halfgeslaagde maar uiterst intrigerende misdaadkomedie.

1. Son of Saul

In recensies werd de vergelijking vaker gemaakt: Son of Saul verbeeldde het vernietigingskamp Auschwitz als de hel op aarde. Ook ik zag in de chaos van moord en vernedering een totaal – en absurd – kwaad. Maar daar gaat de film niet over; Son of Saul gaat over een spoor van beschaving te midden van allesoverheersende onmenselijkheid. Hoofdpersoon Saul vindt een kind waarin hij zijn zoon herkent. Het kind overlijdt, maar Saul wil het per se een joodse begrafenis geven. Een idiote missie, maar een ritueel dat houvast geeft. Een laatste strohalm van waardigheid. Het was niet de hel van Son of Saul die me raakte, maar dat vastklampen aan die laatste strohalm, tegen beter weten in. Het zijn de rituelen die ons mens maken: onze symbolische handelingen rondom geboorte en dood bijvoorbeeld, maar ook de rituelen van kunst en cultuur. Het maakte Son of Saul tot een afwijzing van het kwaad, maar ook een viering van de menselijkheid.

 

2. Het mooiste slot

Het mooiste slot van een film ooit? Dat is voor mij nog steeds het beeld waarmee Magnolia eindigt: een enkele glimlach. Drie uur lang keken we naar een wervelstorm van de allergrootste emoties, om te eindigen met de allerkleinste. Wat de glimlach betekent, mag de kijker zelf invullen. Dit jaar zag ik twee films die op dezelfde manier eindigden: klein en groots tegelijkertijd. Een van die films van 45 Years. Zonder het einde te verklappen, kan ik zeggen dat heel de film in dat slot besloten ligt. Alleen: hoe interpreteer je die laatste scène?
     De laatste beelden van Mia madre bleven me nog dagen achtervolgen. De worsteling waarover de film gaat, eindigt net als Magnolia met een glimlach, en een woord: “domani” (“morgen”). Dat we dood gaan, weten we. Dat het leven daarmee zinloos is, ook. Toch is dat waaraan we denken: aan morgen. Wat een mooie film, wat een troostrijk slot.


3. Films die me boos maakten

Twee films maakten me dit jaar boos. De eerste was Clint Eastwoods American Sniper. Lelijk vond ik de film; bespottelijk. Het perspectief was eenzijdig: pro-Amerika, pro-wapens, pro-leger. Woest fietste ik tegen de wind in naar huis. Andere negatieve recensies las ik met dat fijne gevoel van: zie je wel. Tot ik de nuchtere en zinnige recensie in het Britse Sight & Sound las. Ja, de film is eenzijdig, maar toont dan ook het perspectief van hoofdpersoon Chris Kyle. En ja, hij was pro-Amerika, pro-wapens, pro-leger. Eastwood toont Kyle’s gedachtegoed maar toont tegelijkertijd de negatieve consequenties daarvan, met een subtiliteit die ik achteraf juist waardeerde. Lelijk vind ik de film overigens nog steeds, vol oninteressante personages, slecht uitgewerkte scènes en actiescènes die geen recht doen aan het onderwerp van de film.
     It Follows is de tweede speelfilm van David Robert Mitchell. Zijn debuut, de coming-of-agefilm The Myth of the American Sleepover, maakte me al chagrijnig. Onder het mom van een eerlijke, progressieve vertelling over hoe het is om een tiener te zijn, maakte Mitchell een film die juist heel conservatief was in zijn aanhalen van clichés: je maagdelijkheid moet je bewaren voor je grote liefde en van sletten dien je je verre te houden. In It Follows, een tienerhorrorfilm die fijn speelt met de clichés van het genre, tentoonspreidde de filmmaker een soortgelijk tuttig moraal-van-het-verhaal: ouders moeten de verantwoordelijkheid nemen voor hun tienerkinderen. Bah, oordeelde ik. Het was pas later, toen mijn ergernis was weggeëbd, dat ik oog kreeg wat wél interessant was aan de film: de melancholische toon, de fraaie beelden, de aankleding, de ondefinieerbare setting in plaats en tijd. Ik mag dan geen fan zijn van moralisme in film, dat Mitchell zijn sterke overtuiging weet over te brengen, is hoe dan ook prijzenswaardig. It Follows belandde op #1 in mijn top 5 voor Schokkend Nieuws.

4. Carol

Je hebt vrouwen op het witte doek die zoeken, twijfelen, stuntelen. Je hebt vrouwen die sterk zijn, fysiek dan wel mentaal. En dan is er nog Carol. In Todd Haynes’ gelijknamige film, het toonbeeld van subtiliteit, worden we gedurende het grootste deel van de film gedwongen ons met Therese te identificeren, een coming-of-agemeisje zoals we die wel vaker zien. Carol is in dat eerste deel van de film vooral een object van verlangen: sexy, elegant, ongenaakbaar; een vrouw die de touwtjes in de handen heeft. Maar naarmate het verhaal vordert, komt Carols kwetsbaarheid tevoorschijn. Ik kan mijn vinger er nog steeds niet precies opleggen, maar ik weet wel dat ik niet eerder een vrouwelijk personage als Carol heb gezien. In haar tegenstrijdige karakter zie ik een ultiem rolmodel.

5. De restjes

Op respectievelijk het IFFR en het LIFF zag ik het onsentimentele junkiedrama Heaven Knows What van de broers Safdie en Noah Baumbachs bijzonder grappige Mistress America. Beide films hadden mijn top 10 gehaald als ze een release hadden gekregen.
     En dan een laatste gedachte. Ik weet niet waarom, maar ik vond het dit jaar lastig om genrefilms in mijn top 10 te passen. Inside Out was briljant en zag ik twee keer. Spy was niet de meest originele komedie, maar wel een erg grappige: ook deze zag ik twee keer. Bij Shaun of the Sheep Movie zat ik juichend in de zaal. Mad Max: Fury Road was natuurlijk een briljante actiefilm, en ook Baumbachs While We’re Young en de Diablo Cody/Jonathan Demme-samenwerking Ricki and The Flash waren geslaagde komedies. Het is gek dat juist in het jaar dat iedereen ongegeneerd kinderanimatiefilms, komedies en andere genrefilms prominent in hun jaarlijstjes zet, iets waar ik al jaren een groot voorvechter van ben, ik ze zelf buiten mijn top 10 hou. Misschien was het contrast met al die sobere, somber stemmende en/of genre vermengende films gewoonweg te groot.

Lees ook mijn genrefilm-top 5 voor Schokkend Nieuws

Lees ook mijn stuk over liefde in filmjaar 2015 op het blog van We Are Public



Bericht #35
17/10/2015

Ik keek Dirty Dancing en  vijf dingen vielen me op


Het is 1963. Baby brengt de zomer door in vakantieverblijf Kellerman’s. Overdag worden er tuttige workshops gegeven, ’s avonds wordt er vunzig gedanst op rockmuziek. Johnny is de beste danser van allemaal en hij is dreamy. Een geforceerde plottwist later leert hij Baby hoe ze moet dansen en leert de rest dat Baby geen klein meisje meer is. Ik zag Dirty Dancing ergens in de jaren tachtig, toen ik vooral de muziek begreep. In 2015 keek ik Dirty Dancing opnieuw. Vijf dingen vielen me op.

1. Johnny is het meisje 

Er is een filmgenre dat ik graag de Schaamteloze Vrouwenfilm noem. De hoofdpersoon van de Schaamteloze Vrouwenfilm is een Onzekere Vrouw. Via een omweg van onwaarschijnlijkheden leert de Onzekere Vrouw wat ze waard is – happy ending. De hoofdprijs is een man. Dirty Dancing, óók een Schaamteloze Vrouwenfilm, draait dat uitgeputte gegeven slim om. Baby is jong, maar ze weet precies wat ze waard is. Het is juist haar omgeving die dat niet weet. (Zie ook: punt 2.) De film eindigt – happy ending – met erkenning. Johnny brengt zijn ode aan haar: ‘[She’s] not only a terrific dancer, but somebody [-] who’s taught me about the kind of person I want to be.’ In Dirty Dancing is het niet Baby die onzeker is, maar Johnny. En het is Baby die hém zelfvertrouwen geeft. Als Dirty Dancing een coming-of-agefilm is, dan is het Johnny die volwassen wordt.

2. Baby leert drie dingen, maar haar vader doet de echte inzichten

Het zit zelfs in het script van de meest simplistische Hollywoodfilm: karakterontwikkeling. De personages beleven niet alleen een avontuur, ze maken ook een wezenlijke verandering door. Na deze zomer is personage X nooit meer dezelfde, na deze avond is de relatie tussen personages Y en Z voorgoed veranderd, et cetera. Wat mij opviel aan Dirty Dancing, is dat hoofdpersonage Baby niet verandert – niet écht. Anno 2015 zou Baby bij de opening credits een verlegen scholiere zijn, halverwege de film seksueel ontwaken en tegen het slot een vamp/vrouw zijn die haar kinderjaren voorgoed achter zich laat. In Dirty Dancing anno 1987 overkomen Baby drie dingen: 1) ze leert dansen, 2) ze heeft – ik neem aan voor het eerst – seks en 3) ze bewijst dat ze daddy’s little girl-af is. De eerste en tweede sets of skills doet Baby onbewogen op. Het feit dat er niet meer dan een beetje rock ’n roll voor nodig is om haar lust voor dansen én seks naar boven te halen, doet vermoeden dat dat verlangen al langer smeulde. Les drie is meer ingrijpend: voortaan wordt Baby als een volwassen vrouw gezien. Maar deze verandering maakt Baby niet zelf door, het zijn alle anderen die deze les leren, haar vader voorop.

3. Dirty Dancing gaat over dansen

De sexy-romantische poster ten spijt, zijn de titel en het hoofdonderwerp van Dirty Dancing meer dan een unique selling point. Het dansen dat de synopsis belooft is namelijk het wezen, de ziel, van de film. De dialogen zijn klassiek (‘Nobody puts Baby in a corner’) maar schaars. De plot is onbeduidend en de personages missen een backstory. Het verhaal wordt namelijk niet verteld via het script, maar via dans. Lust, vriendschap, de strijd tegen het keurslijf: ook de personages drukken zich uit door middel van lichaamstaal. Zelfs de verleidingsscène tussen Baby en Johnny is meer dans dan kus.

4. Baby vindt seks leuk

Het was diezelfde liefdesscène – Solomon Burke croonend op de achtergrond – die me deed realiseren hoe gelijkwaardig Baby en Johnny zijn. Zij is op vakantie met haar ouders, hij is een dansende outlaw met een ruig verleden. Zij heeft een rich daddy, hij heeft geld noch familie. Maar in één ding zijn ze gelijk: hun hitsigheid. Zij verlustigt zich net zo zichtbaar aan zijn fysiek als omgekeerd. Sterker nog, er is meer aandacht voor háár opwinding dan voor de zijne. Hij kijkt even in de achteruitkijkspiegel wanneer ze zich op de achterbank aan het omkleden is. Haar zien we, in een volgende scène, kreunend zijn gespierde rug beroeren: een ultiem voorbeeld van de female gaze.

5. Je hoeft niet verliefd te zijn om goeie seks te hebben

In de Schaamteloze Vrouwenfilm moet een Obstakel overwonnen worden. Dat Obstakel is meestal de Onzekere Vrouw zelf. Pas wanneer zij veranderd is, verdient ze Echte Liefde. Ik wrijf het er nog één keer in: in Dirty Dancing verandert Baby niet. Ze leert iets van Johnny, en Johnny leert iets van haar. Hun kortstondige affaire voegt iets toe aan hun levens, maar vervolgens gaan ze ieder hun eigen weg. Baby gaat studeren en leert andere mannen kennen. Johnny blijft misschien nog een poosje bij Kellerman’s werken, dan trekt hij het land in om overal waar hij komt rock ’n roll te brengen. Kortom: Baby en Johnny worden niet verliefd. Hun relatie is er een van wederzijdse genegenheid en wederzijdse lust. Het maakt hun band niet minder bijzonder – en de seks niet minder goed. 



Oudere berichten